|
Het kabinet heeft in overleg met provincies 11 gebieden aangewezen waar tot 2020 nieuwe grootschalige windmolenparken kunnen komen. Dat staat in de ontwerp-structuurvisie Windenergie op Land waarmee de ministerraad op voorstel van ministers Schultz van Haegen (Infrastructuur en Milieu) en Kamp (Economische Zaken) heeft ingestemd.
Windenergie kan binnenkort een flinke tegenslag tegemoet zien: er zijn niet genoeg windmolens beschikbaar. In de laatste paar jaren hebben nieuwe technologien het mogelijk gemaakt om grotere en efficientere windturbines te bouwen. Dit, gecombineerd met groeien steun uit de politiek voor alternatieve energie, hebben de vraag opgedreven. Nu kunnen de producten het niet meer aan - voornamelijk omdat ze de onderdelen niet snel genoeg aangeleverd krijgen. Miguel Salis, het hoofd van Eolia uit Madrid, een fonds dat zorgt voor de financiering en ontwikkeling van kleine windparkontwikkelaars zegt: "De grootste restrictie op de groei van windenergie is het gebrek aan turbines." Volgens hem hebben veel ontwikkelaars projecten in de pijplijn, maar kunnen ze deze niet afronden.Verschillende windenenergieprojecten in de Verenigde Staten zijn uitgesteld vanwege tekorten. Sommige Europese bedrijven kunnen daar echter munt uit slaan. In Europa is windenergie al veel langer populair, daardoor konden ze de vraag beter voorspellen. Deze bedrijven hebben daarom grote contracten afgesloten met de leveranciers en zo kunnen ze tekorten afwenden of zelfs gebruiken om in Amerika kleine projecten over te nemen. Een goed voorbeeld is Community Energy Inc., een bedrijf uit Wayne. Na jaren van promoten van windenergieprojecten in de VS had het bedrijf nog maar twee kleine windfarms gebouwd; een derde kan niet voltooid worden. Bret Alderfer, oprichter en CEO van het bedrijf, zei dat hij wat problemen had gehad om de vergunningen en het kapitaal te krijgen. Maar toen het ging om het bestellen van windturbines, moest hij jaren lang wachten. "Het was alsof we een luchtvaartmaatschappij waren die hoorde dat we drie jaar moesten wachten voor de vliegtuigen geleverd werden." Eind 2005 nam Alderfer contact op met Iberdrola SA uit Madrid. Iberdrola was ontgroeid tot een van de wereldleider op het gebied van alternatieve energie. Zes maanden later kocht Iberdrola Community Energy voor 40 miljoen euro. Twee maanden later hadden techneuten het project opgepakt en stonden er witte turbines die genoeg schone energie produceerden voor ongeveer 6500 huishoudens. "We hadden dit nooit zelf kunnen doen - niet toen, niet binnen vijf jaar," zei Bret Alderfer. ComponentenModerne windturbines zijn gecompliceerd en bestaan uit meer dan 8000 componenten. De transformators die gebruikt worden moeten aangepast worden op het net van het land. En het type turbine hangt ook nog af van de wind die beschikbaar is. Het windarme Duitsland maakt voornamleijk gebruik van grote turbines, terwijl het winderige Spanje en China hun groei baseren op middelgrote turbines. De producenten zijn daarom afhankelijk van een netwerk van leveranciers die op hun beurt jaren nodig hebben om de productie op te schroeven. En dat is de bottleneck voor de turbineproducenten. Het strategische voordeel van Iberdrola is dat de gigant voor €3 miljard aan windturbines besteld heeft bij de Spaanse turbinefabrikant Gamesa SA, de een na grootste producent van de wereld. Iberdrola heeft ook een aandeel van 24% in Gamesa. Naast Community Energy heeft Iberdrola nog twee andere kleine fabrikanten opgekocht in het afgelopen jaar. Beiden hadden problemen met het leveren van windturbines. Vorige maand kocht het haar eerste gereguleerde nutsbedrijf in de Verenigde Staten, Energy East Corp (uit Portland, Maine) voor $4,58 miljard, zodat het gebruik kan maken van Amerikaanse subsidies voor windenergie.In de Verenigde Staten werd vorig jaar meer capaciteit toegevoegd dan welk ander land in de wereld dan ook - 2454 megawatt, meer dan de equivalent van twee nucleaire reactors. En ondanks deze acties, ligt Amerika nog steeds achter op de landen die al jaren investeren in windenergie. Duitsland heeft minder mogelijkheden voor windenergie (winderige, open plekken) dan menig van de staten van de VS, maar het heeft twee keer zoveel windenergie als de gehele VS. Spanje, met ongeveer een zevende van de populatie van de VS, heeft ongeveer evenveel windenergie. En in totaal is ongeveer 1% van de opgewekte energie in Amerika windenergie. De turbinetekorten kunnen veel impact hebben op hoe snel de industrie zich kan ontwikkelen op de korte termijn. Vijf producten produceren namelijk meer dan 80% van alle turbines. Een middelgrote turbine van 1.5 megawatt kost ongeveer $1.2 miljoen. TurbineproducentenHet Deense Vestas A/S, 's werelds grootste turbinemaker, zegt dat de problemen de productiecapaciteiten tegenhouden. De organisatie produceerde in het eerste kwartaal van 2007 turbines die totaal ongeveer 880 megawatt opleveren, terwijl in het laatste kwartaal van 2006 meer dan 1000 megawatt aan turbines werd geproduceerd. Vestas had de groei in de vraag naar turbines wel aan zien komen, maar kon de tekorten toch niet voorkomen. Om dit in de toekomst te voorkomen is Vestas bezig de onderdelen die wel te krijgen zijn, op te slaan. Dit gaat ten koste van werkkapitaal. Andere organisaties proberen bepaalde onderdelen zelf te produceren. Siemens Wind AG uit Duitsland, een onderdeel van Siemens AG, kocht twee jaar geleden Winergy, de leider op het gebied van het produceren van tandwielen voor de aandrijving van windturbines. Suzlon Energy Ltd. uit India kocht verschillende bedrijven op die kleine componenten maken. Vorige maand betaalde het $1.8 miljard om REPower Systems AG (Duitsland) op te komen, zodat het toegang had tot een nieuwe set van componentenleveranciers. Omdat windenergie lange tijd een niche is geweest, duurde het lang voor een grote groep van professionele producenten om de hoek kwam kijken. Sommige turbineproducenten zoals Siemens Wind zijn onderdeel van een grote groep. General Electric Co. kocht de winddivisie van Enron toen het bedrijf uit Houston failliet werrd verklaard. Gamesa startte meer dan vijftig jaar geleden als ontwerper van propellers van vliegtuigen en maakt nog steeds de meeste rotorbladen zelf. Europese bedrijven nemen Amerika overIn de Verenigde Staten is nog een andere bedreiging voor de groei van de sector - support van de overheid voor windenergie. Hoewel de sector technologisch gezien de afgelopen tijd sterk vooruit is gegaan, zijn de energiebedrijven nog steeds afhankelijk van subsidies omdat de kosten voor het genereren van energie met windturbines nog steeds duurder is dan met kolencentrales of nucleaire reactors. Voor windenergie is veel kapitaal nodig over een korte periode en heeft nog additionele kosten voor de tranmissiesystemen. Volgens het International Energy Agency in Parijs kosten het procuceren van energie uit wind ongeveer 14 cent per kilowattuur, terwijl kolencentrales tussen de 2,5 en 6 cent per kilowattuur kosten. De afwezigheid van een stabiel en lange termijn raamwerk vanuit de overheid heeft geleid tot een achtbaan in de windenergiesector. Ontwikkelaar waren nooit zeker of hun projecten na een paar jaar nog economisch haalbaar zouden zijn. Aan de andere kant waren de buitenlandse producenten terughoudend om fabrieken te bouwen in de VS. Vestas heeft de plannen voor de bouw van een fabriek in Amerika drie keer geschrapt vanwege onzekerheid. Dit voorjaar kondigde het uiteindelijk aan een turbinefabriek te bouwen in Windsor, Colorado. Vandaag de dag is het sommige staten gelukt om buitenlandse turbinebouwers te trekken. Zo bouwt Suzlon een fabriek in Minnesota. Siemens Wind en Acciona Energia SA (Spanje) hebben beiden plannen aangekondigd een fabriek te bouwen in Iowa. Gamesa heeft op dit moment al drie werkende fabrieken in Pennsylvania. In een paar jaar kunnen deze fabrieken er wellicht voor zorgen de huidige knelpunten in de productie op te lossen. De Europese energiebedrijven zijn ondertussen bezig de Amerikaanse over te komen. Ze zijn van mening dat de groeiende consensus over de behoefte om klimaatverandering te bestrijden in de toekomst zal leiden tot een stabiele regulering voor alternatieve energie. Eerder dit jaar kocht het Portugese Energias de Portugal SA (EDP) voor ongeveer $2.7 miljard Horizon Wind Energy uit Houston. Acciona Energia SA uit Spanje kocht EcoEnergy LLC, een divisie van de Morse Group uit Freeport, Illinois. Vorige maand kwam Acciona met plannen om ongeveer 1500 megawatt aan windenergie te installeren in het midwesten van Amerika in de komende drie jaar. En BP Alternative Energy, een divisie van BP Plc uit Engeland kocht vorig jaar Greenlight Energy Inc. Voor ongeveer $100 miljoen. Hiermee bezitten Europese bedrijven volgens Emerging Energy Research ongeveer 20% van alle windenergie in de Verenigde Staten. Amerikaanse bedrijven zijn nu bezig hun eigen windmolenleveranciers vast te leggen. Invenergy LLCC in Chicago heeft in mei een deal van $1 miljard gesloten om haar ambitieuze plannen te voeden. ConclusieWindenergie is op sommige punten een slachtoffer van eigen successen. Stijgende prijzen van fossiele brandstoffen en grotere en verder ontwikkelde turbines hebben gezorgd dat windenergie bijna op prijs kan concurreren met traditionele energiebronnen. Moderne machines zijn tien tot twintig keer zo groot als windturbines van 25 jaar geleden. Op dit moment kan de grootste turbine 6 MW opwekken. Grotere turbines hebben de economie van windenergie veranderd omdat ze beter gebruik maken van de wind die beschikbaar is en langer meegaan dan de kleinere en oudere molens. Deze ontwikkelingen hebben gezorgd voor een sterke groei in de vraag naar windenergieprojecten over de hele wereld. Amerika heeft de capaciteit voor windenergie verviervoudigd sinds 2000. China, dat maar 346 megawatt geïnstalleerd had in 2000, heeft nu 2500 megawatt capacitreit en verwacht de VS binnen drie jaar in te halen. In Nederland wordt nu in vergelijking met 2001 het drievoudige opgewekt: van 500 naar 1500 MW. Wereldwijd is volgende de Global Wind Energy Council de capaciteit gegroeid van 17.800 megawatt in 2000 naar 74.300 megawatt aan het eind van 2006. Betere technologie en groeide politieke steun voor schone energie zou het makkelijker moeten maken voor kleine bedrijven. Maar dit is niet het geval. Nieuwe projecten moeten veel groter zijn om economisch haalbaar te zijn, en de kosten per turbine zijn ook omhoog gegaan (de kosten per MW gingen omlaag). Sommige projecten vragen meer dan 100 nieuwe turbines, veel kleine bedrijven kunnen dit niet financieren. De Amerikanen hebben de ruimte en de Europeanen de kennis. Windenergie in Amerika is nu zoals Europa tien jaar geleden was: onontgonnen en voor het grijpen. ![]() Geschiedenis
De eerste windturbines waarmee elektriciteit kon worden opgewekt zijn ontwikkeld in Duitsland en Denemarken tijdens de tweede wereldoorlog. Het heeft heel lang geduurd totdat windenergie écht interessant werd. Pas in het begin van de jaren ’90 werd er op grotere schaal geëxperimenteerd met windenergie. Op land bleef windenergie in Europa beperkt tot relatief kleinschalige windmolenparken. In de VS, en dan met name in Californië, dacht men daar heel anders over, hier zijn op land enorme hoeveelheden windmolens bij elkaar te vinden. Eind jaren negentig bleken er op zee in Europa wel hele grote projecten haalbaar.
Het eerste offshore windmolenpark werd gebouwd in, hoe kan het ook anders, Denemarken. In Vyndeby stonden in 1991 al elf turbines met een vermogen van 450kW. In 1994 volgde Nederland met 4 turbines in het IJsselmeer. HedenAls we kijken naar welke landen in Europa de meeste windenergie opwekken blijken Duitsland (17,5 GW) en Spanje (9,5 GW) er met kop en schouders bovenuit steken. De meeste energie wordt opgewekt met losse (of in kleine groepjes) windmolens op land. Heden ten dage liggen echter de grootste windmolenparken bijna allemaal op zee. Vergeleken met de plannen voor de toekomst zijn dit slechts zeer bescheiden parken. Hieronder volgt een opsomming van de vijf grootste windmolenparken van Europa van dit moment. N.B. Door op de naam van het park te klikken komt u bij de webpagina van het park zelf.
Hier zijn de genoemde offshore parken op een kaart te vinden. Bovenstaande parken zijn na lang speuren op internet gevonden. Weet u een groter windmolenpark? Dan vernemen wij dat graag van u. Als u meer wilt weten over welke windturbineparken er tot op heden gebouwd zijn, kijk dan eens hier . De toekomstDe plannen voor windenergie zijn enorm. Met name Duitsland heeft zeer verregaande plannen als het gaat om offshore windenergie, het komende decennium moeten daar vele duizenden MW’s bijkomen. Hieronder vindt u van een aantal Europese landen hun meest vooruitstrevende plannen.
Vanaf deze week gaat spoorwegbedrijf ProRail over op windenergie: met terugwerkende kracht (per 1-1-2012) koopt ProRail alleen nog maar energie afkomstig van windmolens uit Nederland in. Daarmee wordt vrijwel het gehele elektriciteitsverbruik van ProRail verduurzaamd en daalt de CO2-voetafdruk van ProRail aanzienlijk.
Omwonenden moeten kunnen meedenken bij het ontwikkelen van windmolenparken, en de betrokken regio's moeten kunnen profiteren. Dat stellen de Natuur en Milieufederaties, waaronder de NMU, samen met zeven andere landelijke natuur- en milieuorganisaties. Helaas lijkt het rijk dit aspect helemaal te vergeten in zijn nieuwe plan voor windenergie op land.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||