|
Het samenwerkingsverband tussen BioMCN, Siemens Nederland, Linde en Visser & Smit Hanab, heeft vandaag 199 miljoen euro aan NER300 subsidie toegekend gekregen voor de bouw van een grootschalige biomassa raffinaderij. In de raffinaderij wordt duurzame biomassa verwerkt tot bio-methanol. Met het Woodspirit project gaan de partijen een belangrijke bijdrage leveren aan de beschikbaarheid van duurzame, geavanceerde biobrandstoffen en aan het vergroten van het belang van de biobased economy.
Demissionair minister van Economisch Zaken Maria van der Hoeven zette vorige week vanuit Mexico met haar voorstel om te stoppen met het subsidiëren van groene stroom de discussie over subsidies voor duurzame energie op scherp. Polici en milieuactivisten verweten haar kortzichtigheid en schreeuwden om het hardst om haar ongelijk aan te tonen. In onze ogen zijn het juist de milieuactivisten die kortzichtig handelen. Als we het klimaat écht willen helpen, kunnen we met minder investeringen méér doen.
Elke Nederlandse politicus die de indruk geeft dat we met algemene subsidies of allerlei steunmaatregelen voor groene stroom effectief een bijdrage kunnen leveren aan de oplossing van het klimaatprobleem heeft het mis. Anders dan veel politici suggeren, maakt het weinig uit of we een wettelijk verplichting voor duurzame energie instellen, de Duitse teruglevergarantie kopiëren (waarbij een investering in groene energie gegarandeerd wordt terugverdiend middels een groene toeslag op de energierekening), of duurzame energievoorziening direct subsidiëren (zoals nu het geval is). De stroomprijs gaat omhoog óf we gebruiken belastingcenten voor subsidie. In beide gevallen betaalt uiteindelijk de consument. En wat is het effect op het klimaat? Helemaal niks. De uitstoot van Nederland is ongeveer een half procent van het wereldwijde totaal. Bovendien hebben we als Europese Unie gecomitteerd aan één plafond, wat betekent dat elk beetje minder dat wij uitstoten, andere landen extra mogen uitstoten. Ook striktere maar simplistische Europese regels zijn de oplossing niet: juist de meest vervuilende bedrijven zullen besluiten te verhuizen, weg uit Europa, naar landen waar geen enkele vorm van milieuwetgeving bestaat, waardoor de CO2-uitstoot zelfs hóger wordt dan voorheen. Als we als Nederland miljarden spenderen aan dit soort ineffectieve maatregelen schieten we onszelf in de voet, en niet alleen op uitgavenvlak in een tijd van broodnodige forse bezuinigingen. Het politieke klimaat mag nu gunstig zijn, dat kan snel omslaan als over 5 of 10 jaar blijkt dat Nederlanders veel meer betalen voor hun stroom, terwijl het klimaatprobleem er niet minder op is geworden. Wie is dan kortzichtig? Het subsidiëren van een nieuw windmolenpark of het invoeren van een CO2-tax klinkt goed en groen voor een politicus die binnen zijn ambtstermijn punten wil scoren. Maar lasten zonder lusten creëren weerzin en onwil. Met dit soort symboolpolitiek voor de korte termijn helpen we niemand. Industriepolitiek kan wél een goed beleidsinstrument zijn om op korte termijn duurzame energie te stimuleren. Maar het is niet zo simpel om structureel groene banen, groene groei en klimaatwinst te scheppen als bijvoorbeeld GroenLinks, PvdA, en D66 willen doen geloven. Deze partijen zien de teruglevergarantie naar Duits voorbeeld als het ei van Columbus. Maar volgens ons wordt het succes in Duitsland sterk overdreven. Wat wordt er gegarandeerd? Een gemiddeld Duits huishouden betaalt gegarandeerd tot 2025 honderden euro’s per jaar voor de windmolens en zonnepanelen die vóór 2010 werden geïnstalleerd. De Duitse politiek wijst naar het succes van bijvoorbeeld zonnecelfabrikant Q-cells om aan te tonen dat het beleid zijn vruchten afwerpt. Inderdaad was Q-cells in 2008 de grootste fabrikant ter wereld. Maar in 2009 boekte het bedrijf meer dan een miljard euro verlies en werden ruim vijfhonderd werknemers ontslagen – het bleek niet op te kunnen tegen de scherpe concurrentie uit China en de Verenigde Staten. Deze flirt met zonne-energie zou voor het bewolkte Duitsland wel eens een dure grap kunnen blijken. Diederik Samson van de PvdA en ANWB-directeur Guido van Woerkom waren in Pauw en Witteman op 31 maart twee handen op één buik: Nederland had nét zo succesvol kunnen zijn als Denemarken is op het gebied van wind, als we op tijd waren begonnen. Maar de heren vermeldden niet dat juist Denemarken zo succesvol kon zijn vanwege de unieke integratie met het Noorse electricitieitsnetwerk. Windenergie moet gekoppeld worden aan een andere bron die snel kan inspringen als het windstil is. In Denemarken vervullen de vele Noorse waterkrachtcentrales die rol, waardoor de integratiekosten van windenergie in Denemarken lager zijn dan waar dan ook. Nederland moet op zoek naar sectoren waar we een uniek voordeel hebben, en die we ook op termijn in Nederland kunnen hóuden, en die bestaan wel degelijk. De ligging van ons land, en onze ervaring met baggeren, geeft Nederland een unieke kans een grote rol te spelen in windenergie op zee. In het verlengde daarvan kan Nederland een voortrekkersrol spelen bij het bouwen van een groot energienetwerk op de Noordzee en in continentaal Europa – een soort stroomrotonde, naar het voorbeeld van de gasrotonde van de Gasunie. Nederland heeft ook een unieke kans om succesvol te worden in de opslag van CO2, door de vele lege of bijna lege gasvelden en onze sterke chemiesector. Door te investeren in juist die sectoren waarin voor Nederland ook in de toekomst een prominent rol is weggelegd helpen we uiteindelijk ook het klimaat. Innovatie in Nederland maakt duurzame stroom goedkoper voor iedereen. Daarmee kan de transitie naar houdbare energie sneller én betaalbaar. De energietransitie is een marathon die meerdere generaties gaat beslaan. Als we nu een krachtenverspillende sprint inzetten, doen we volgende generaties tekort. Dit opiniestuk verscheen eerder in NRC Handelsblad en NRC Next Bron: Onder de Stolp, Foto: Freefoto.comdoor Eelco de Jong en Stan Veuger Voor meer opiniestukken over energie en politiek, bezoek de website Onder de Stolp.
Groen beleggen is tegenwoordig hip. Sinds 2005 zijn er wereldwijd tientallen fondsen opgericht die zich helemaal toeleggen op groene investeringen. Overheden juichen dit fenomeen toe: deze private investeringen verschaffen het nodige kapitaal om de economie te vergroenen. Maar het fenomeen heeft een keerzijde – we blazen gezamenlijk een grote, groene zeepbel.
Economische hausses zijn van alle tijden. Nederland maakte in 1637 op twijfelachtige wijze geschiedenis met de allereerste moderne economische bubbel, de tulpenmanie. Sindsdien hebben handel, spoorwegen, vastgoed, en aandelenbeurzen talloze malen tot hausses geleid. Waarom bubbels precies bestaan, is voor veel economen nog steeds een raadsel. Eén verklaring is dat deze onstaan wanneer teveel geld een hele specifieke investering najaagt. Net als in elke andere markt, stuwt de enorme toename in vraag de prijs omhoog. Bij duurzaam beleggen is dit zeker het geval. Sinds 2005 pompten investeerders meer dan 30 miljard dollar in fondsen die specifiek in duurzame bedrijven beleggen. Tel hierbij de miljarden van individuën, bedrijven, en andere fondsen op, en je komt al snel tot honderd miljard. Dat is een hoop geld voor een sector die eigenlijk nog in de kinderschoenen staat. De totale marktwaarde van de vijftig grootste, beursgenoteerde, duurzame bedrijven was hoger dan dit bedrag, maar niet heel veel hoger. Het is dan ook nauwelijks verbazingwekkend dat de beurskoers van firma’s als zonnecelproducent FirstSolar, batterijenproducent A123, wind turbinefabrikant Vestas of dienstverlener EnerNOC in een paar jaar tijd tot enorme hoogtes gestuwd werden. In theorie kunnen investeerders overwaarderingen beperken door “short” te gaan – een vorm van beleggen waarbij je kunt profiteren van een daling in de beurskoers. Beleggers die short gaan drukken door hun negatieve beeld de waarde van een overgewaardeerd bedrijf weer omlaag. Maar shorters verdienen ook veel geld als de beurskoersen onverwacht instorten, zoals na de aanslag op het World Trade Center in 2001 of de beurscrash in 2008. Politici bestempelen daarom shorten als onetisch, en leggen soms zelfs restricties op. Gevoelsmatig valt er natuurlijk iets te zeggen voor dit argument. Maar de mogelijke negatieve publiciteit die hoort bij het shorten, schrikt zeker de duurzame investeerders af, met als gevolg dat de bubbel blijft groeien. Het is niet duidelijk of overheden veel kunnen doen om deze bubbel te voorkomen. Maar de overheid zou de vorming van bubbels in geen geval moeten stimuleren. Op dit moment krijgen Nederlandse beleggers tot meer dan duizend euro per jaar belastingvoordeel wanneer ze groen investeren. Meer geld voor groen klinkt natuurlijk prachtig – maar juist het land van de tulpenmanie zou beter moeten weten. Bron: Onder de Stolp, Foto: Freefoto.com Voor meer opiniestukken over energie en politiek, bezoek de website Onder de Stolp. Om stevig te kunnen groeien heeft de Nederlandse zonne-energie-industrie, vooral de PV-installatiebedrijven, een grote thuismarkt nodig. De landelijke regeling Stimulering Duurzame Energie (SDE) geeft echter niet de gewenste impuls. Goedkope financieringen kunnen wel een grote thuismarkt genereren, aldus The Solar Future. Het Duitse succesDuitsland kent sinds 2000 een subsidieregeling voor duurzame energie. Dankzij deze regeling is nu bijna twintig procent van de in Duitsland opgewekte elektriciteit hernieuwbaar. Bovendien ontstond er in Duitsland een grote PV-industrie. Dat particulieren en ondernemers zonnepanelen goedkoop konden financieren met een lening bij de Duitse overheid was cruciaal voor dit succes. De meeste Europese landen hebben de succesvolle Duitse regeling gekopieerd. In Nederland staat de teller op zeven procent duurzame elektriciteit en is er een kleine PV-industrie, die vooral in het buitenland levert.Nederland blijft achterDe Nederlandse regering koos een eigen weg en lanceerde, na jarenlang wispelturig beleid, de SDE, een ingewikkelde en beperkte regeling. Dit blijkt wel uit de eerste resultaten. In 2008 en 2009 was er geld voor het subsidiëren van 38 megawatt (MW) PV. De regeling was met 200 MW zwaar overtekend. Helaas is er tot nu toe slechts 9 MW geïnstalleerd. In Duitsland wordt deze capaciteit dagelijks geïnstalleerd.
Om een PV-industrie - liefst veel installatiebedrijven - te laten ontstaan, zou Nederland, net als de meeste Europese landen een stabiele thuismarkt moeten genereren. De PV-ondernemers die langer bezig zijn, hebben zich weliswaar gericht op het buitenland, maar zonder groeiperspectief is het voor Nederlandse ondernemers moeilijk instappen en concurreren met Duitse en Belgische bedrijven die wel een sterke thuismarkt hebben. "Nederland hoeft PV nog maar een paar jaar te ondersteunen voor zonne-elektriciteit goedkoper wordt dan stroom uit het net," zegt Edwin Koot, CEO van Solarplaza. Solarplaza organiseert op donderdag 22 april in de Jaarbeurs in Utrecht The Solar Future, Nederlands grootste PV-conferentie. Lokale initiatievenNaast de landelijke SDE-regeling zijn er gelukkig veel lokale initiatieven. "We zoeken naar wegen om met zo weinig mogelijk geld, zo veel mogelijk PV te plaatsen," zegt Bouwe de Boer, energiecoördinator van de gemeente Leeuwarden. "In 2015 of 2016 bereiken zonnepanelen grid parity, het moment waarop een kilowattuur uit een zonnepaneel ongeveer even veel kost als een kilowattuur uit het stopcontact, waarvan de prijs ongeveer een kwartje is. Wie vandaag een paneel aanschaft, krijgt stroom van dertig a veertig cent per kilowattuur. Wanneer de elektriciteitsprijs blijft stijgen, wordt grid parity eerder bereikt. Door investeren in zonnepanelen slimmer te organiseren, kunnen we dat moment naar voren halen." Investeren in een zonnepaneel levert de eerste vijf jaar verlies op, maar daarna hoogstwaarschijnlijk winst, wanneer de prijs van fossiele energie blijft stijgen. Op deze veronderstelling kan echter niemand een lening krijgen bij een commerciële bank. "Wanneer je als overheid dat risico afdekt en die toekomstige potentiële winst kapitaliseert, kunnen particulieren deze investering wel doen. Zo zijn er een heleboel denkrichtingen," besluit De Boer. "We moeten als lokale overheden brutaalweg regelgeving om PV-initiatieven te ondersteunen in het leven roepen."Stad van de ZonAndere voorbeelden van gemeenten die zelf initiatieven nemen, zijn de gemeenten Heerhugowaard en Amersfoort en de acht gemeenten van de regio Parkstad in Zuidoost-Limburg. In Heerhugowaard staat de Stad van de Zon, een woonwijk ontworpen door stedenbouwkundige Ashok Bhalotra, met zonnepanelen met totaal piekvermogen van 2,45 megawatt. De investeringskosten bedroegen 27,5 miljoen euro en werden opgebracht door de Provincie Noord-Holland, energiebedrijf Nuon en de bewoners, die hun bijdrage in tien jaar terug verdienen door een lagere elektriciteitsrekening.In Amersfoort voorzagen de gemeente en het toenmalige energiebedrijf Remu, nu onderdeel van Eneco, de woonwijk Nieuwland van zonnepanelen. Nu biedt de gemeente duurzaamheidsleningen tegen twee procent rente aan. Hiermee kunnen bewoners isolatie of zonnepanelen financieren. De gemeente heeft hiervoor 140.000 euro gereserveerd. 'We hebben hoge ambities, maar beperkte financiële middelen,' zegt Pauline Sparenburg, beleidsmedewerker van de afdeling milieu van de gemeente Amersfoort. 'De kunst is om met beperkte middelen andere partijen actie te laten ondernemen.' Solar ValleyIn aanvulling op het stimuleren van een thuismarkt voor zonnepanelen, stimuleren de gemeenten in Parkstad Limburg het ontstaan van een Nederlandse PV-industrie. Op de groene heuvels van het industriepark Avantis, op de Duitse grens ten oosten van Heerlen, waar zonnecellenfabrikant Solland Solar is gevestigd, moet een PV-industrie ontstaan. Avantis moet Solar Valley worden.Ook de Provincie Zuid-Holland stimuleert lokaal, vertelt José Chung, Statenlid voor Groen Links. De provincie stimuleert bijvoorbeeld bedrijventerreinen om over te gaan op zonne-energie. Als bedrijven op een bedrijventerrein gezamenlijk beslissen om op duurzame energie over te stappen, dan financiert de provincie zonnepanelen, die in een kwart van de energiebehoefte kunnen voorzien. De bestuurders van de provincie gaan nu op zoek naar pilot projecten Goedkoop geldDe provincie zou duurzame energie moeten stimuleren zonder er geld aan te willen verdienen, zegt Chung. 'Wat mij betreft lenen we geld voor projecten en nemen we genoegen met een rente ter hoogte van de inflatie.' Beleidsmakers moeten het denken in rendementen dan wel tijdelijk loslaten. Met goedkoop geld is investeren in zonne-energie rendabel, zegt Chung. Zo kan een thuismarkt ontstaan waar nieuwe Nederlandse duurzame ondernemers in kunnen stappen. 'Ik ben er heilig van overtuigd. We moeten wel, anders gaan we achterop lopen. De rest van de wereld gaat gewoon door.' Ondernemers moeten zekerheid krijgen. 'Mensen durven nu niet te investeren. De politiek moet duidelijk maken: hier gaan we naar toe en iedereen die ook die kant op gaat, die gaan we helpen.'Groene leningenOm lokale duurzame investeringen te stimuleren, biedt Fortis Bank sinds 15 juni 2009 groene leningen aan, Greenloans genoemd. Een huiseigenaar die investeert in zonnepanelen kan een lening krijgen met een rente van 5,7 procent, die voor vijftien jaar vast staat. Greenloans verstrekte tot nu toe enkele honderden leningen voor een totaal bedrag van enkele miljoenen euro's.'In 2014 a 2015 is er geen subsidie meer nodig,' zegt Wilfried de Goeij, manager van Greenloans,'dan gaan zonnepanelen beter renderen dan het gemiddelde beleggingsfonds.' Bovendien wordt een woning die zelf een deel van zijn energie opwekt, meer waard, benadrukt hij. 'Ik ben er rotsvast van overtuigd dat woningen in de toekomst energiezuinig worden en zelf energie zullen opwekken. Dat is uiteindelijks het goedkoopst, goedkoper dan in grote centrales opwekken en vervolgens naar huizen transporteren, zoals nu gebeurd.' Volgens de Goeij kunnen lokale initiatieven helpen een Nederlandse PV-markt creëren. 'Als je ziet wat voor ambities er op lokaal niveau liggen. Honderden gemeenten stimuleren duurzame energie, waaronder PV. We moeten het daar juist van hebben.' Grid parityMarco van Veen van SolarNRG, leverancier en installateur van zonnepanelen, is niet enthousiast over de SDE, maar des te optimistischer over de kosten van PV. Ook hij ziet vooral heil in goedkope financieringen. 'Grid parity is al bereikt,' zegt hij. Van Veen stelt een eenvoudige en doeltreffende methode voor. Als de overheid het BTW-percentage op zes procent zou stellen en een lening van twee procent zou verstrekken, dan kan hij een complete zonnepaneleninstallatie leveren die elektriciteit levert voor twintig cent per kilowattuur, met twintig jaar garantie. De rentekosten bepalen immers een kwart van de kostprijs van een kilowattuur uit een zonnepaneel. 'De elektriciteitsprijs is nu 21,22 cent en die gaat alleen maar omhoog.' De overheid hoeft volgens Van Veen alleen maar goedkoop geld ter beschikking te stellen. Het hoeft de overheid niets te kosten.ConclusieAlle betrokken partijen zijn het erover eens dat financiering een cruciale rol speelt in het stimuleren van de Nederlandse markt. De groei van de Duitse markt heeft het eerder bewezen. Het mooie is bovendien dat een financiering de overheid helemaal niets hoeft te kosten. De methode is reeds beproefd met het redden van de Nederlandse banken. Nu kan de overheid de Nederlandse PV-industrie helpen.Bron: The Solar Future Om de vraag naar klimaatvriendelijke brandstoffen te stimuleren, stellen GS van de provincie Drenthe in 2013 € 200.000,- beschikbaar voor het ombouwen van bestaande personenauto's en bestelbusjes in bezit van particulieren, overheden en bedrijven in Drenthe. De provincie heeft een regeling in het leven geroepen met als doel het stimuleren van het gebruik van duurzame brandstoffen. De provincie verwacht in het bijzonder aanvragen voor ombouwen van voertuigen op groen gas.
|