Home

standpunten

Op 12 september gaat Nederland een nieuwe Tweede Kamer kiezen. Hieronder worden per partij puntsgewijs de duurzame energieonderwerpen aangegeven. Op dit moment hebben nog niet alle partijen hun verkiezingsprogramma vastgesteld: VVD en PVV ontbreken in dit overzicht. SGP heeft geen energieonderwerpen opgenomen.

EnergiePortal maakte al twee keer eerder een overzicht van de standpunten van de politieke partijen. Kijk hier voor het overzicht van de standpunten uit 2006 en 2010.

CDA

Het CDA wil meer Green Deals en wil daarvoor ook meer geld beschikbaar stel-len. Met salderen van duurzaam opgewekte energie wordt geëxperimenteerd. Dit alles om in 2020 het doel van 14% duurzame energie te halen, en in 2050 50%.
  • Het CDA wil dat Nederland in 2050 meer dan 50% van haar energie duurzaam produceert en dat we 50% energie-efficiënter werken ('50-50-50'). Dit betekent dat wij een nieuwe energieba-lans bereiken waarbij wij efficiënter omgaan met onze fossiele brandstoffen, meer gaan inzetten op alternatieve energievoorzie-ning en kolen en kernenergie op de lange termijn niet meer nodig hebben.
  • CDA zet alles op alles voor 14% duurzame energie in 2020. Dit is ook van belang voor energiezekerheid.
  • Groot voorstander van het stimuleren van decentrale ener-gieopwekking. Er worden experimenten uitgevoerd rond salde-ring van duurzame energie.
  • Private investeringen in verduurzaming worden aantrekkelij-ker gemaakt. CDA pleit voor lokale en regionale fondsen energie-besparing. Gemeenten en provincies zorgen voor de cofinancie-ring.
  • Voor nieuwbouwwoningen worden strengere normen gehanteerd voor energie-efficiency. Door middel van green deals is versterking van duurzame bouw mogelijk.
  • De 'Green Deal'-aanpak wordt geïntensiveerd. De overheid ondersteunt op deze manier de realisatie van duurzame initiatieven. Hiervoor komen ook financiële middelen beschikbaar.
  • Woningcorporaties krijgen de mogelijkheid om investeringen voor energiebesparing aan de huurder door te berekenen waarbij het voordeel van de lagere energierekening aan de huurder toevalt.
  • De stimuleringsregeling voor duurzame energie (SDE+) wordt versterkt.
  • De overheid helpt bij het realiseren van duurzame energie projecten door betere procedures en regelgeving.
  • Om de klimaatverandering te beperkten tot minder dan 2°C, steunt Nederland de Europese doelstelling om de uitstoot van broeikasgassen tegen 2050 met 80 tot 95% te verminderen ten opzichte van 1990.
  • Het principe 'de vervuiler betaalt' geldt. De belastingen op het hebben van een auto gaan naar beneden. Er komt op korte termijn een heffing per gereden kilometer, de afschaffing van het reiskostenforfait wordt verdisconteerd – om dubbeling van lasten te voorkomen.
  • Initiatieven in de agrarische sector die verder gaan dan wet-telijke eisen worden ondersteund, op het gebied van duurzaam-heid zoals Beter Leven Kenmerk, Kas als Energiebron en Duurzame Zuivelketen.

GroenLinks

GroenLinks heeft als enige partij met Groen in haar naam uiteraard veel groene energie-onderwerpen. Zoals: een kolenbelasting wordt ingevoerd; 3% energiebesparing per jaar; 20% duurzame energie in 2020 en volledig duurzaam in 2050, met een feed-in systeem à la Duitsland; 10 GW offshorewind in 2020. Overheid investeert in innovatieve duurzame energie, zoals getijdenenergie.

Groen loont
  • De nieuwe regering krijgt een minister van Duurzaamheid en Ruimte, die Milieu, Natuur, Energie, Landbouw, Visserij, Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening onder zich heeft.
  • Nederland streeft naar 3 procent energiebesparing per jaar. Via kredietgaranties wordt het besparingspotentieel in de industrie benut.
  • Er komt toezicht op de naleving van de energielabelplicht bij verkoop of verhuur van gebouwen.
  • Overheid en bedrijfsleven maken samen werk van een circu-laire economie waarin grondstoffen eindeloos worden hergebruikt. Afval krijgt een prijs en de belasting op het gebruik van grondstoffen gaat omhoog, zodat verspilling stopt. Statiegeld wordt niet afgeschaft, maar uitgebreid naar blikjes en kleine petflessen.
  • Het belastingstelsel wordt vergroend, ook op provinciaal en gemeentelijk niveau.
  • Het Bouwbesluit mag de groene ambities van gemeenten niet in de weg staan; gemeenten mogen verdergaande duurzaamheidseisen stellen dan het Bouwbesluit voorschrijft.
De vervuiler betaalt
  • Afschaffing bijna zes miljard euro aan belastingvoordelen voor fossiele energie.
  • Nederland pleit binnen de Europese Unie voor een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen met tenminste 30 procent in 2020 en tenminste 90 procent in 2050, alsmede voor een eerlijke lastenverdeling. Nederland komt niet alleen haar Europese verplichtingen na, maar wordt weer een koploper op klimaatgebied.
  • Nederland knokt voor verbetering van het Europese stelsel van handel in emissierechten: al in 2012 moeten emissierechten uit het stelsel worden gehaald om de CO2-prijs op te drijven
  • Er komt een strenge CO2-norm voor nieuwe energiecentrales, die de bouw van kolencentrales verhindert. Kolencentrales betalen een kolenbelasting.
Nieuwe energie
  • Er komt een Deltawet nieuwe energie. Daarmee zet Nederland fors in op energiebesparing en duurzame energie. In 2020 halen we 20 procent van onze energie uit schone bronnen. Uiterlijk in 2050 draait onze economie volledig op duurzame energie. De Deltawet verplicht energiebedrijven om een jaarlijks oplopend aandeel schone energie te produceren.
  • Het zelf opwekken van energie door burgers, bedrijven, lokale en regionale overheden wordt krachtig bevorderd. Nederland voert het Duitse feed-in systeem in, zodat burgers en bedrijven die groene stroom produceren daarvoor altijd een garantieprijs ontvangen. Bureaucratische obstakels verdwijnen.
  • De overheid investeert samen met energiebedrijven in onder-zoek naar innovatieve technieken zoals getijdenenergie.
  • De overheid selecteert en regelt voldoende locaties voor windmolens op het land en geeft concessies uit aan uitbaters. De inkom-sten worden opnieuw geïnvesteerd in groene energie.
  • Er komt een spoedwet voor wind op zee, gericht op 10.000 MW Noordzeestroom in 2020. Geplande investeringen voor de komende tien jaar worden naar voren gehaald. De overheid rondt vergunningsprocedures zo snel als mogelijk af.
  • Nederland zet zich in voor bindende Europese duurzaam-heidseisen voor alle vormen van bio-energie. Bij biobrandstoffen worden de effecten op het landgebruik meegewogen, zodat de teelt ervan niet ten koste gaat van natuur, voedselvoorziening en inheemse volkeren.

PvdA

De PvdA zet in op een verplicht aandeel hernieuwbare ener-gie, geen kernenergie en een 'stopcontact' op zee voor meer offshorewind.
  • Door politieke wispelturigheid en uitputting van gelden, leidt de regeling Subsidie Duurzame Energie (SDE) momenteel niet tot investeringszekerheid. Eén van de beste manieren om deze na-delen op te heffen, is om de SDE af te bouwen en te vervangen door een verplicht aandeel hernieuwbare energie om een (jaarlijks stijgend) percentage hernieuwbare elektriciteit te leve-ren.Voor kolencentrales geldt in ieder geval verplicht bijstoken van (duurzame) biomassa.
  • Kernenergie maakt geen onderdeel uit van de volledige duur-zame energievoorziening die wij nastreven voor Nederland.
  • De PvdA wil het investeringsklimaat voor windenergie verbeteren door de komst van een windenergienet op de Noordzee. Netbeheerder Tennet moet dit gaan plannen, aanleggen en beheren,met dezelfde vereisten voor bijvoorbeeld betrouwbaarheid als op het land geldt.
  • In Europees verband pleit de PvdA voor een superhoogspanningsnet. Dat zorgt ervoor dat stroom uit windmolens van de Noordzee naar Zuid Europa kan en stroom uit Spaanse zonnepanelen naar Noord Europa. Dat leidt tot investeringen in werk en duurzaamheid in Europa.
  • Kleinschalige opwekking voor eigen gebruik: energieopwekking voor eigen gebruik moet in alle gevallen geheel worden vrijgesteld van energiebelasting.
  • Bij nieuwbouw van woningen worden zonnepanelen vanaf 2015 standaard verplicht opgenomen in het bouwbesluit. De PvdA wil dat in 2020 op den duur iedere nieuwe woning energie-neutraal is.
  • Gasleveranciers krijgen de verplichting om biogas met aard-gas te mengen in het gasnet, daarom stellen wij een ‘bijmengverplichting’ voor Groen Gas voor.
  • Regelgeving dient te worden aangepast voor het bevorderen van het hergebruik van restwarmte en afvalstoffen, bijvoorbeeld vanuit de Rotterdamse haven naar de kassen in het Westland.
  • Eerlijke grondstoffen. Met een snel groeiende wereldbevolking, worden grondstoffen als aardolie in rap tempo schaarser. Ook leidt de schaarste aan grondstoffen als water en olie steeds vaker tot conflicten. Consumenten kiezen daarom bewuster dan voorheen voor de herkomst van bijvoorbeeld de grondstoffen in hun mobiele telefoon. Productieketens moeten hiervoor transparanter.

SP

De SP wil de vestigingen van energie-intensieve industrie reguleren om zo restwarmte beter te benutten. Ook de SP wil een ‘stopcontact op zee’. Verder wil de SP beter toezicht op handhaving van het energielabel, in de vorm van een ‘APK’ voor woningen; 2 % energiebesparing per jaar en de mogelijkheid van salderen van zonne-energie.
  • De overheid ziet beter toe op de vestigingslocaties van grote elektriciteitscentrales, energie-intensieve industrie en bedrijvendie een groot potentieel hebben voor de benutting van restwarmte, zoals de glastuinbouw. Op deze manier kan de totale energie-efficiency tegen de laagste kosten worden verhoogd en worden peperdure investeringen in energie-infrastructuur beperkt. De lozing van restwarmte wordt ontmoedigd via de milieuvergunning en financiële prikkels.
  • 2 % energiebesparing per jaar, zowel bij bedrijven als bij de huishoudens.
  • Via de publieke netbeheerders wordt voldoende geïnvesteerd in verbetering van de elektriciteitsnetten om de inpassing van meer duurzame energie mogelijk te maken, zowel op regio-naal niveau (smart grids) als op Noordwest-Europees niveau.
  • De netbeheerders blijven volledig publieke bedrijven, de winstuitkeringen aan de aandeelhouders (gemeenten en provincies) worden aan banden gelegd.
  • De grote elektriciteitscentrales gaan een deel van de netkosten betalen, op grond van het principe ‘de vervuiler betaalt’.
  • Meersamenwerking met onze buurlanden rond de Noordzee voor een gemeenschappelijk netbeheer en voor de aanleg van een ‘stopcontact op zee’, om aansluiting van windmolenparken op het net mogelijk te maken.
  • Meer stimulering van het gebruik van zonne-energie. Ook vergroten we de betrokkenheid bij de verduurzaming van de energievoorziening door meer ruimte te bieden aan particulieren en energiecoöperaties (geen energiebelasting bij productie van duurzame stroom en gas voor eigen gebruik).
  • ● Windmolens op zee zijn de belangrijkste duurzame energie-bron voor de komende decennia, daar moet - in samenwerking met de andere Noordzeelanden - zwaarder op worden ingezet. Wind op land moet duidelijker worden ingekaderd via een structuurvisie (waar wel, waar niet), strengere eisen aan geluid en externe veiligheid. Omwonenden van windparken kunnen mee-profiteren van de opbrengsten, als tegenprestatie voor de horizonvervuiling.
  • ● De kwaliteitsbewaking van het energielabel voor gebouwen wordt geregeld, op een manier die vergelijkbaar is met de APK voor motorvoertuigen. Investeringen in energiebesparing bij bestaande gebouwen worden aantrekkelijker gemaakt door het differentiëren van de OZB of het eigenwoningforfait op basis van het energieverbruik.
  • ● Intensivering van onderzoek en productontwikkeling is de sleutel voor het bereiken van de energie- en klimaatdoelstellingen. Wij zijn voorstander van het vergroten van de middelen voor onderzoek en ontwikkeling op het gebied van biobased economie en energie. Deels via publieke onderzoeksprogramma’s, deels via fiscale faciliteiten voor bedrijven.
  • De overheid geeft zelf het goede voorbeeld op het gebied van klimaatbeleid en energiebesparing, zuinige auto’s en het gebruik van duurzame energie en bouwmaterialen.
  • We beginnen alleen aan schaliegas als dat veilig en milieuvriendelijk kan.
  • In Europees verband gaan we de gebreken van het systeem van emissierechten voor broeikasgassen (ETS) zo snel mogelijk oplossen. Doel is dat de CO2-prijs zo snel mogelijk een niveau bereikt waarop investeringen in energiebesparende maatregelen rendabel worden. We stoppen met het gratis weggeven van emissierechten.

D66

D66 vindt duurzaamheid een schitterende kans om economische groei te garanderen. Nederland heeft zelf nauwelijks grondstoffen terwijl de wereld-wijde vraag toeneemt. Deze manier van denken leidt tot nieuwe bedrijvigheid en nieuwe grondstofstromen – de grondstoffenrotonde.
  • In 2020 wekt Nederland 20% duurzame energie op en jaarlijks zorgen we voor 2% energiebesparing.
  • Er moet voor 2020 een nationaal energieplan komen, met concrete, meetbare doelen en een duidelijk pad naar onze ambi-ties voor 2050.
  • Kernenergie staat onderaan de ladder bij het vormgeven aan een duurzame energievoorziening een verdubbeling van de duurzame energiesubsidie (SDE+ regeling), meer bijstook van duurzame biomassa in kolencentrales en het eenvoudiger maken van zelf energie opwekken op het eigen dak of dat van de bovenbuurman.
  • Alle nieuwe energiecentrales krijgen een uitstootnorm van 350gr co2/ Kwh.
  • De door de Europese regeringsleiders afgesproken ambitieu-ze CO2-reductie wordt gehandhaafd: 40% minder in 2030, 60% minder in 2040 en 80% minder in 2050.
  • Afscheid van aardgas via een fonds voor de Energietoekomst: met een deel van de opbrengsten van aardgaswinning wordt een fonds opgericht, waarmee we de investeringen in de energie van de toekomst financieren
  • In 2020 moeten minimaal 1 miljoen woningen geïsoleerd zijn en stuurt het bouwbesluit op energieproducerende nieuwbouw.
  • D66 wil beginnen met een gezamenlijke netbeheerder die een Noordzeenet voor duurzame energie aanlegt.
  • Grondstoffenrotonde als groene kracht: Anders omgaan met natuurlijke hulpbronnen biedt kansen aan de ondernemer die er zuinig mee om gaat en verantwoordelijkheid neemt over gebruik en hergebruik van die hulpbronnen door leveranciers en klanten.
  • Verplicht aandeel van 25% duurzame materialen in elk bouwproject.
  • Het moet makkelijker zijn grondstoffen door Europa te vervoeren. Nu kan een spaarlamp die kapot is de grens niet meer over, terwijl 1 fabriek voor heel Europa deze lampen zou kunnen recyclen. D66 wil dat Nederland met Duitsland en België als eerste stap barrières voor transport van her te gebruiken grondstoffen wegneemt.
  • Een CO2-heffing wordt verkozen boven de kolenbelasting om zo de keuze voor de beste technologie aan mensen zelf te laten.
  • Het ‘de vervuiler betaalt’ principe dient consistenter te wor-den doorgevoerd, door bijvoorbeeld een kiloknallertaks (hoog BTW) op vlees en door betalen voor autogebruik.

Partij voor de Dieren

  • De Partij voor de Dieren wil toe naar een decentrale en duurzame energievoorziening waarbij bur-gers en bedrijven zelf energie op-wekken. Zo kunnen we Nederland zelfvoorzienend maken en uiterlijk in 2050 stoppen met het verbran-den van fossiele brandstoffen in Nederland.
  • Er komt een wettelijke regeling om bedrijven te verplichten jaarlijks hun energieverbruik te verminderen.
  • Onnodige verlichting, zoals in kantoren, etalages en voor reclames, wordt aan banden gelegd.
  • Bestaande woningen worden energiezuinig gemaakt.
  • Er worden strenge energie-eisen gesteld aan producten.
  • Er komen geen nieuwe kolen- en kerncentrales. Bestaande kolen- en kerncentrales worden zo snel mogelijk gesloten.
  • CO2-opslag onder Nederlandse bodem wordt niet toegestaan, ook niet onder de Noordzee.
  • Lege gasvelden worden niet gebruikt voor de opslag van (geïmporteerd) aardgas.
  • Er komen geen vergunningen voor de winning van schaliegas in Nederland.
  • Er komt een importverbod voor teerzandolie.
  • Elektriciteit en gas die zijn opgewekt door de verbranding of vergassing van restafval, mest en dierlijke resten zijn niet duurzaam en worden daarom niet ondersteund of als ‘groen’ in de markt gezet. Energiebedrijven worden verplicht om een jaarlijks oplopend percentage aan duurzaam opgewekte stroom te leveren.
  • Zelf opgewekte energie kan teruggeleverd worden aan het net, tegen saldering van de afgenomen stroom. Energiebedrijven betalen een kostendekkende vergoeding voor de energie die particulieren netto terugleveren aan het elektriciteitsnet.
  • Bewonerscollectieven mogen opgewekte energie onderling uitwisselen, zonder hiervoor belasting te betalen. Hierdoor kunnen hele wijken samen energie opwekken en delen.
  • Zonnepanelen op gebouwen, langs snelwegen en rondom vliegvelden worden de norm.
  • Windenergie wordt mogelijk gemaakt op locaties waar dieren en natuur er geen hinder van ondervinden.
  • Windparken op zee mogen geen significante nadelige effec-ten hebben op het zeeleven. Bij de bouw van windmolenparken wordt niet geheid.
  • Er komt een gecoördineerde aanpak van het ontwikkelen van een elektriciteitsinfrastructuur op zee. Biobrandstoffen zijngeen oplossing. Biobrandstoffen uit bijvoorbeeld maïs en palmolie bedreigen de voedselvoorziening, zorgen voor ontbossing en dragen zelfs bij aan de opwarming van de aarde.
  • Er worden strenge duurzaamheidscriteria gesteld aan biobrandstoffen. Zolang aan deze criteria niet wordt voldaan, wor-den er geen biobrandstoffen geïmporteerd naar Nederland.
  • Er komt een klimaatwet waarin jaarlijks oplopende en bindende reductieverplichtingen worden vastgelegd.
  • De nettouitstoot van broeikasgassen wordt in 2050 tot nul gereduceerd. Uiterlijk in 2020 wordt 40% van de uitstoot gereduceerd.

ChristenUnie

Volgens ChristenUnie is het antwoord op de verschillende actuele crises en de veelal mondiale vraagstukken duurzaamheid. Duurzaamheid houdt in dat we kiezen voor kwaliteit van leven voor ieder mens en de aarde, nu en in de toekomst. De overheid moet een duidelijke, langjarige keuze maken voor duurzame energie. Een lange termijn doelstelling (2050), waar nu beleid voor wordt ontwikkeld en waar de politiek zich aan committeert.
  • De marktwerking voor energie faalt. Toekomstige kosten maken geen onderdeel uit van de energieprijs. Een goede ma-nier om dit te herstellen is, om in navolging van de op CO2 gebaseerde aanschafbelasting bij auto’s (BPM), ook andere belastingen, zoals de regulerende energiebelasting, te baseren op CO2. Een CO2-heffing is effectiever dan welk ander instrument ook als het gaat om de transitie naar een duurzame energievoorziening. Om te beginnen wordt een minimumprijs voor CO2 ingevoerd.
  • Het Europese emissiehandelssysteem ETS moet worden aangepast (hogere CO2 prijs en lager emissieplafond), zodat het efficiënt kan worden ingezet om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen.
  • Directe en indirecte overheidssteun voor fossiele energie wordt geleidelijk en verantwoord afgebouwd.
  • Energieleveranciers worden verplicht een vast aandeel duur-zame energie te leveren en hierover worden bij voorkeur in Euro-pees verband afspraken gemaakt.
  • Bevorderen bio-energie. Bij voorkeur in Europees verband, mits dit geen verlies van habitat voor zeldzame dieren en plan-ten veroorzaakt, geen voedsel wordt gebruikt als brandstof en dit niet ten koste gaat van vruchtbare agrarische gronden.
  • Grootschalige (bij)stook van biomassa is alleen realistisch met grootschalige aanvoer vanuit het buitenland. Hierbij moet worden afgewogen of de CO2 balans van de aangevoerde biomassa positief uitpakt.
  • Een energieke samenleving: voor burgers en bedrijven wordt het makkelijker en aantrekkelijker om energiebesparingsmaatre-gelen uit te voeren en zelf energie op te wekken. Particulieren krijgen een energiebesparingsaftrek. De salderingsregels worden fors verruimd, zodat het aantrekkelijker wordt om te investeren in duurzame energie, en moeten ook gelden voor samenwerkingsvormen.
  • Aanscherping normen. Zoals verhoging van de grens voor deterugverdientijd voor het treffen van energiebesparingsmaatre-gelen door bedrijven en instellingen van 5 naar 7 jaar.
  • Geen nieuwe kerncentrales, niet alleen vanwege het veiligheids- en afvalissue, maar ook omdat het bij kerncentrales gaat om door de mens gecreëerde risico’s die groter zijn dan de mens kan beteugelen. Ook worden geen nieuwe vergunningen meer verstrekt voor de bouw van kolencentrales.
  • CCS (Carbon Capture and Storage) is een dure techniek dieveel energie kost en is geen oplossing voor de noodzakelijke energietransitie.
  • Geen winning van schaliegas, want dit is een techniek waarbij chemicaliën in de bodem achterblijven die in het drinkwater terecht kunnen komen.
  • Warmte, vooral restwarmte, wordt veel effectiever ingezet. Door verlies van warmte slim te koppelen aan warmtevragers, wordt voorkomen dat warmte weglekt. Kansen liggen er bijvoorbeeld bij de herontwikkeling en modernisering van industrieter-reinen.
  • Ruimtelijke ordening bevordert energietransitie. Het ruimte-lijk beleid moet de transitie naar ‘schone’ energie mogelijk maken. De rijksoverheid en decentrale overheden houden in hun ruimtelijk beleid rekening met windenergie, zonne-energie, biomassacentrales en andere vormen van duurzame energieopwekking. Waar mogelijk worden energievragers en –aanbieders in elkaars omgeving gesitueerd.
  • Scherpe normen. Er wordt een afrekenbare doelstelling voor energiebesparing in de bestaande bouw voor 2020 vastgesteld. Doel is 30 procent energiereductie in 2020 in de bestaande woningen en vanaf 2015 energieneutraal bouwen in de nieuw-bouw.
  • Samen verbouwen is goedkoper: daarom wordt bij koopwo-ningen een aanpak voor energiebesparing voor verenigingen van eigenaren, hele woningblokken of buurten gestimuleerd.
Bron: De Koepel