Japan is het eerste land ter wereld waar vanaf volgend jaar op
commerciële basis brandstofcellen voor in woningen worden gebruikt. In
de afgelopen vier jaar heeft het Japanse ministerie van economische
zaken meer dan 75 miljoen euro geïnvesteerd om brandstofcellen te
introduceren in Japanse huishoudingen. Er zijn inmiddels zo’n 2200
kleine proton-exchange cellen van Toyota, Toshiba, Matsushita, Ebara en
Eneos Celltech geïnstalleerd.
Proton-exchange cellen halen waterstof uit aardgas en waarin een polymeer dienst doet als elektroliet. Japanse stroomproducenten kregen in 2005 nog een subsidie van veertigduizend euro voor iedere brandstofcel die ze installeerden in een woning. In 2009 verdwijnen deze subsidies grotendeels en moeten de energiebedrijven dus proberen brandstofcellen, die zichzelf over een aantal jaren terugverdienen, te verhuren.
De brandstofcellen zullen pas populair worden wanneer de prijs fors naar beneden gaat. Matsushita verwacht dat zijn brandstofcel in 2015 voor rond de 4500 euro te koop is. Dat blijft een gok omdat de proton-exchange cellen gebruik maken van het zeer dure platina. Kyocera is – ook met subsidie van het ministerie van economische zaken – bezig met de ontwikkeling van een vaste-oxide brandstofcel die in massaproductie goedkoper zou moeten zijn dan de proton-exchange cellen.
Japan is het eerste land waar het huishoudelijk gebruik van brandstofcellen enigszins van de grond komt. Een experiment in Californië is wegens gebrek aan belangstelling op een laag pitje gezet. In Duitsland werd in september onder de naam Callux een project gestart dat er voor moet zorgen dat in 2015 zo’n achthonderd brandstofcellen in gebruik zijn in Duitse huizen. Callux wordt gedragen door een consortium waarin de Duitse overheid en producenten van brandstofcellen samen 86 miljoen euro investeren.
Bron: Technisch Weekblad
| < Vorige | Volgende > |
|---|