Veel mensen zullen inmiddels wel gehoord hebben van "Het Nieuwe Rijden",
een door de Nederlandse overheid gelanceerd programma om mensen bewuster te
maken van het effect van hun rijstijl op het brandstofverbruik. Aanpassing van
de rijstijl kan niet alleen helpen om het benzineverbruik, en daarmee dus ook
broeikasgassen, te reduceren, maar scheelt ook aanmerkelijk in de kosten!
Het Nieuwe Rijden bestaat hoofdzakelijk uit negen tips. We vatten deze
eerst kort samen. Daarna volgt een uitgebreide toelichting voor elke tip.
Tip 1 Schakel zo vroeg mogelijk op naar een
hogere versnelling.
Tip 2 Rij zo veel mogelijk met een gelijkmatige
snelheid en een laag toerental in een zo hoog mogelijke versnelling.
Tip 3 Kijk zo ver mogelijk vooruit en anticipeer
op het overige verkeer.
Tip 4 Ziet u dat u snelheid moet minderen of
stoppen voor een verkeerslicht, laat dan tijdig gas los en laat de auto in de
versnelling van dat moment uitrollen.
Tip 5 Zet de motor ook af bij kortere stops.
Tip 6 Controleer maandelijks de bandenspanning.
Tip 7 Maak, indien mogelijk, gebruik van
accessoires, zoals toerenteller, cruise control en boordcomputer.
Tip 8 Let bij de aanschaf van een nieuwe auto op
het energielabel.
Tip 9 Ga bewust om met energievreters
Meer uitleg bij de tips
Tip 1 Schakel zo vroeg mogelijk op naar een
hogere versnelling.
Tussen de 2.000 en 2.500 toeren.
Dit geldt voor zowel benzine-, diesel- als LPG-auto's. Een deel van het
vermogen dat een automotor levert gaat verloren aan inwendige
wrijvingsverliezen. Deze verliezen zijn evenredig met het toerental. Wanneer u
met lage toerentallen rijdt blijven deze verliezen tot een minimum beperkt, wat
gunstig is voor het brandstofverbruik. Bovendien neemt de efficiëntie van een
automotor toe naarmate hij zwaarder belast wordt (lees: er bij lage
toerentallen meer gas gegeven wordt). De energie wordt dan efficiënter
opgewekt. Het meest efficiënt rijdt u zodoende door bij het optrekken zo snel
mogelijk naar hogere versnellingen over te schakelen (lage toerentallen) en
daarin relatief veel gas te geven. Dat gaat in een hoge versnelling automatisch
omdat u dan veel gas moet geven om vlot op te kunnen trekken.
Om optimaal van de efficiëntie
van een automotor gebruik te maken kunt u bij benzine- en LPG-motoren een
maximum schakeltoerental van 2500 aanhouden. Aangezien dieselmotoren hun
efficiëntie in de regel al bij lagere toerentallen ontwikkelen dan benzine-motoren,
kunt u hiervoor een maximum schakeltoerental van 2000 toeren per minuut
aanhouden. Een toerenteller is hierbij een handig hulpmiddel. Dit schakeladvies
geldt voor handgeschakelde auto's, maar ook voor een automatische versnellingsbak. Deze manier van schakelen is bovendien
niet slecht voor de motor.
Tip 2 Rij zo veel mogelijk met een gelijkmatige
snelheid en een laag toerental in een zo hoog mogelijke versnelling.
Bij het opbouwen van snelheid (versnellen, accelereren) wordt de energie uit de brandstof omgezet in
bewegingsenergie van de auto. Een deel van deze energie wordt weer vernietigd
zodra er geremd wordt.
Dat bij het remmen veel energie wordt vernietigd kunt u zelf
constateren na een aantal keren stevig remmen. De remschijven zijn dan gloeiend
heet, omdat de bewegingsenergie van de auto door de wrijving is omgezet in
warmte. Optrekken en remmen kost dus veel energie, dat merk je aan de ene kant aan
hoe heet de remmen worden, maar blijkt ook duidelijk uit het feit dat je voor
het rijden van 50 km/h constant in een gemiddelde auto, slechts 5 kW nodig hebt
(bij 120 km/h loopt dit op tot circa 25 kW). De overige 90% (of meer) van het
motorvermogen is enkel nodig om snel op te trekken of heel hard te rijden. Door
zoveel mogelijk met gelijkmatige snelheden te rijden heb je dus de minste
energie nodig en voorkom je dat energie verloren gaat en
wordt dus brandstof bespaard. Het advies is dan ook om optrekken en afremmen
zoveel mogelijk te vermijden.
Een cruise controle is een goed hulpmiddel voor
het rijden met gelijkmatige snelheid. Het rijden met een zo constant mogelijke
snelheid heeft naast een gunstig effect op het verbruik, ook een positief
effect op de uitstoot van uitlaatgasemissies (zoals CO2
en NOx), de verkeersveiligheid, de doorstroming van het verkeer en het comfort
aan boord van een auto. Laag toerental in een zo hoog mogelijke versnelling Bij
constante snelheden is het benodigde vermogen vrij laag. Omdat vermogen wordt
verkregen door ‘kracht maal toerental', kan een constante snelheid met heel
weinig toeren worden verkregen en kan dus zonder problemen een hoge versnelling
worden ingeschakeld. En dat spaart ook brandstof zoals weergegeven in tip 1.
Dit is bovendien niet slecht voor de motor.
Tip 3 Kijk zo ver mogelijk vooruit en anticipeer
op het overige verkeer.
Om zoveel mogelijk met een gelijkmatige snelheid te kunnen rijden (zoals
besproken in tip 2) is het van belang te anticiperen op het overige
verkeer om zodoende niet onnodig of abrupt te hoeven remmen of gas geven.
Bijvoorbeeld bij het naderen van verkeerslichten, het inhalen van
medeweggebruikers, zoals tractoren en fietsers, maar ook bij het rijden op een
drukke snelweg, kan het vooraf goed inschatten van wat het overige verkeer gaat
doen, grote invloed hebben op de gelijkmatigheid van de snelheid van uw auto.
Veel zaken kun je immers al ver van tevoren zien aankomen.
Tip 4 Ziet u dat u snelheid moet minderen of
stoppen voor een verkeerslicht, laat dan tijdig gas los en laat de auto in de
versnelling van dat moment uitrollen.
Moderne
auto's: benzine- en
dieselauto's met een injectiemotor, meestal vanaf bouwjaar 1990, zijn voorzien
van een elektronische functie die de brandstoftoevoer naar de motor onderbreekt
wanneer er op de motor wordt afgeremd (gas wordt losgelaten in de versnelling).
Dit onderbreken is mogelijk omdat de motor dan via de wielen wordt aangedreven,
en deze zichzelf dus niet ‘aan de gang' hoeft te houden, zoals dat bij
stationair (in de vrij) draaien het geval is. De voordelen voor het
brandstofverbruik van deze onderbrekingsfunctie kunt u maximaal benutten door
tijdig het gas los te laten, bijvoorbeeld als u een verkeerslicht nadert. Dit
vermindert bovendien de slijtage van de remmen, waardoor de levensduur hiervan
verlengd wordt en de onderhoudskosten omlaag gaan. Net als bij het rijden met een
zo constant mogelijke snelheid heeft het op deze manier afremmen op de motor
naast een gunstig effect op het verbruik, ook een positief effect op de
uitstoot van uitlaatgasemissies (zoals CO
2 en NOx), de verkeersveiligheid, de doorstroming
van het verkeer en het comfort aan boord van een auto.
Oudere auto's: voor oudere benzineauto's met een
carburateur en oudere diesels, meestal van vóór bouwjaar 1990, maakt het voor
het brandstofverbruik niet zoveel uit of je het voertuig in of uit de
versnelling laat uitrollen, aangezien een carburateur een mechanisch onderdeel
is en niet voorzien is van elektronica die de brandstoftoevoer geheel kan
afsluiten. Deze auto's verbruiken bij afremmen op de motor ongeveer net zoveel
brandstof als bij stationair draaien. Het tijdig loslaten van het gas voorkomt
hier natuurlijk wel dat er onnodig hard moet worden afgeremd (energie
vernietigd). Ook hier geldt echter dat afremmen op de motor de levensduur van
de remmen ten goede komt.
Tip 5 Zet de motor ook af bij kortere stops.
Zoals bij een openstaande brug,
bij een spoorwegovergang, in de file, wanneer u iemand afhaalt, etc. Start u
weer, doe dit dan zonder gas te geven.
Het brandstofverbruik van een
motor die stationair (onbelast) draait kan afhankelijk van het motortype oplopen
tot 0,5 liter per uur. Vandaar dat het consequent afzetten van de motor al gauw
tot interessante besparingen kan leiden. Vuistregel is dat bij langer dan 1
minuut stilstaan het al zinvol is om de motor af te zetten. Hou wel in de gaten
of de verkeersveiligheid het toelaat de motor af te zetten.
Bij de meeste auto's hoeft het
gaspedaal niet te worden ingetrapt wanneer de motor wordt gestart. Het
motormanagement regelt een correcte start. Zo kost starten geen extra
brandstof.
Tip 6 Controleer maandelijks de bandenspanning.
Een belangrijk deel van de
energie voor de aandrijving van een auto gaat op aan de rolweerstand. Een
bandenspanning die 25% te laag is verhoogt de rolweerstand met 10%, waardoor
het brandstofverbruik met circa 2% toeneemt. Een band met een te lage spanning
verhoogt echter niet alleen het brandstofverbruik, maar verkort ook de
levensduur van die band en beïnvloedt de wegligging van een auto nadelig.
De praktijk leert dat u om zeker te zijn van een correcte bandenspanning deze
minstens één keer per maand moet controleren (en indien nodig corrigeren). De
bandenspanning dient altijd met koude banden gecontroleerd te worden. Dat wil
zeggen dat u er niet meer dan 3 kilometer mee moet hebben gereden, anders dient
u minstens 10 minuten te wachten tot de banden zijn afgekoeld. Een fabrikant
schrijft vaak twee adviesspanningen voor: één voor het rijden in onbeladen
toestand en één voor het rijden met volle belading. Deze adviesspanningen zijn
te vinden in het instructieboekje, maar vaak ook op stickers op bijvoorbeeld de
deurpost, op de achterkant van de zonneklep of aan de binnenkant van het
benzineklepje.
Waarom uw bandenspanning elke maand
controleren?
Door regelmatige controle van uw
banden en het op spanning houden van uw banden bespaart u al snel één tot twee
volle tanks per jaar. Dat kan oplopen tot € 125,- per jaar. Als we dat
doorrekenen naar alle automobilisten in Nederland zou dat een besparing
opleveren van minstens 110 miljoen liter brandstof per jaar! Dit is niet de
enige reden om uw bandenspanning minimaal één keer per maand te controleren. Er
zijn nog drie belangrijke redenen:
Meer veiligheid: zachte banden hebben tot gevolg dat uw
auto minder grip heeft op het asfalt. Dit betekent een langere remweg en een
hogere slipkans. Banden met voldoende druk zorgen voor een betere wegligging en
een kortere remweg.
Meer rijcomfort: voldoende lucht in de banden zorgt samen
met de schokdempers voor het opvangen van onregelmatigheden onderweg.
Minder slijtage: als uw banden 20% te zacht zijn, dan
verkort u de levensduur met een kwart. In plaats van 80.000 kilometer rijdt u
dan nog maar 60.000 kilometer met een setje banden.
Tips voor een juiste
bandenspanning
Regelmatige controle van
de spanning: elke
band verliest geleidelijk lucht. Check daarom elke maand even uw bandenspanning
bij de bandenspecialist, tankstation of autobedrijf. Er zijn ook
bandenspanningsmeters verkrijgbaar waarmee u zelf thuis regelmatig de spanning
kunt controleren.
Controleer de banden in
koude toestand: tijdens
het rijden wordt de band warm en loopt de spanning op. Controleer de
bandenspanning daarom voordat u meer dan drie kilometer heeft gereden.
Welke spanning hebben
mijn banden nodig? U
kunt de correcte bandenspanning voor uw auto vinden in het instructieboekje van
uw auto, een sticker in de deurstijl aan de chauffeurszijde of aan de
binnenkant van het tankklepje. U kunt de spanning ook opzoeken op onderstaande
site:
www.houddespanningerin.nl De bandenspanning voor uw caravan
kunt u achterhalen in het instructieboekje van uw caravan. ANWB-leden kunnen
bellen met de Caravanadvieslijn op tel. 070 - 314 50 70.
Let op voelbare en
zichtbare afwijkingen: vaak merkt u vanzelf dat er iets mis is. U voelt dit door een afwijkend
weggedrag of door geluiden die u anders nooit hoort. Stop in dat geval even en
bekijk uw banden. Mocht u een scheurtje of een spijker ontdekken, dan zit er
maar één ding op: ter plekke uw band vervangen door de reserveband en dan naar
een professional voor een reparatie.
Vergeet uw reserveband
niet: de reserveband
krijgt de hoogste adviesspanning. Bij een lekke band kan de reserveband meteen
z'n werk doen.
Het ventieldopje: een klein detail misschien, maar wel
belangrijk. Een ventieldopje houdt vuil en stof buiten en lucht in de band.
Tegenwoordig zijn er al diverse
auto's op de markt met systemen die elektronisch de bandenspanning in de gaten
houden, en indien nodig de bestuurder attenderen op een te lage spanning.
Dergelijke systemen zijn ook achteraf nog bij een auto in te bouwen.
Tip 7 Maak, indien mogelijk, gebruik van
accessoires, zoals toerenteller, cruise control en boordcomputer.
Maak, indien mogelijk, gebruik
van in-car apparatuur, zoals toerenteller, cruise control en boordcomputer.
Auto's zijn tegenwoordig vaak standaard uitgerust met apparatuur die kan
assisteren bij een efficiënt, veilig en comfortabel rijgedrag.
De techniek helpt u een handje
Het Nieuwe Rijden vraagt om een actieve houding van de automobilist: aangepast
rijgedrag, regelmatig onderhoud en maandelijkse controle van de bandenspanning.
Om het u gemakkelijker te maken zijn er een paar handige accessoires op de
markt. Voorbeelden van brandstofbesparende accessoires:
Toerenteller
Een toerenteller helpt bij het bepalen van het juiste toerental om op te schakelen naar een hogere versnelling (tip 1).
Cruise control
Een cruise control kan de snelheid van een auto veel beter constant houden (tip
2) dan dat zelfs een geoefende bestuurder kan. Bovendien voorkomt het gebruik
van een cruise control dat ongemerkt de snelheidslimiet wordt overschreden, wat
bekeuringen uitspaart en voorkomt dat het brandstofverbruik (ongewild) sterk
oploopt. Het brandstofverbruik neemt namelijk boven 100 km/uur bijna
kwadratisch toe met de rijsnelheid.
Boordcomputer
In veel auto's zit tegenwoordig een boordcomputer met een variëteit aan
functies, waaronder vaak ook het gemiddelde en actuele brandstofverbruik.
Daarmee heeft een bestuurder altijd een directe terugkoppeling van de effecten
van zijn of haar rijgedrag op het brandstofverbruik. U leert dus welk rijgedrag
welke invloed heeft op het brandstofverbruik.
Econometers en
schakelindicatoren
Econometers en schakelindicatoren zijn in sommige, vooral oudere, auto's
ingebouwd, maar ook in nieuwe auto's zie je weer steeds vaker
schakelindicatoren. Zij helpen de bestuurder zijn rijgedrag te optimaliseren.
Snelheidsbegrenzers en/of
toerenbegrenzers
Snelheidsbegrenzers en/of toerenbegrenzers zijn hulpmiddelen tegen het
ongemerkt of ongewild overschrijden van bepaalde snelheden en toerentallen, die
de bestuurder zelf kan instellen. Diverse auto's die tegenwoordig op de markt
zijn, zijn hier reeds mee uitgerust. Ook wagenparkbeheerders bouwen steeds
vaker begrenzers in bij bestelwagens.
Voor al deze accessoires geldt
dat ze (brandstof-)besparingen opleveren van gemiddeld 5%.
Brandstofbesparende accessoires
zijn vrijgesteld van Belasting Personenauto's en Motorrijwielen (BPM) bij
inbouw in een nieuwe auto. Dit maakt de aanschaf van een nieuwe auto met
ingebouwde brandstofbesparende accessoires aantrekkelijker.
Tip 8 Let bij de aanschaf van een nieuwe auto op
het energielabel.
Als u binnenkort een auto gaat
kopen kunt u op een aantal manieren zorgen dat uw brandstofkosten in de
toekomst niet te hoog worden. U kunt letten op de grootte van de auto, het
bouwjaar, het brandstofverbruik en het type brandstof. Per 1 juli 2006 is er
een nieuwe belastingmaatregel ingegaan. Sindsdien wordt de aanschafbelasting op
een nieuwe personenauto afhankelijk van het energielabel.
In het algemeen geldt dat kleinere auto's zuiniger zijn dan grotere auto's.
Daarnaast zijn nieuwe auto's veel schoner dan oudere auto's. Dit is goed voor
het milieu en de luchtkwaliteit.
Voor het milieu is ook het type brandstof van belang. Bij een vergelijking van
auto's van hetzelfde bouwjaar en type is een auto op LPG met G3 installatie het
minst milieubelastend. Nieuw zijn de hybride auto's die een zeer zuinige
benzinemotor combineren met een elektromotor. Met een hybride auto is uw
brandstofverbruik helemaal laag.
Als u al weet hoe groot uw auto ongeveer moet zijn kunt u het brandstofverbruik
van alle (nieuwe) auto's in dat segment met elkaar vergelijken. Dit kan
gemakkelijk met het energielabel.
Het energielabel maakt
brandstofverbruik zichtbaar
Op het energielabel voor personenauto's ziet u direct hoeveel brandstof een
nieuwe personenauto verbruikt en hoeveel CO2 deze
uitstoot. U komt het energielabel tegen als u bij de dealer op zoek gaat naar
een nieuwe auto.
Net als bij koelkasten en wasmachines, moet de dealer op alle nieuwe auto's een
energielabel aanbrengen.
De zuinigheidscategorie
De zuinigheidscategorie geeft aan hoe zuinig of onzuinig een auto is ten
opzichte van andere auto's die net zo groot zijn. Op deze manier kunt u snel
het verbruik van ongeveer even grote auto's met elkaar vergelijken. De
categorieën worden aangegeven met de letters A tot en met G en met kleuren:
(drie tinten) groen voor zuinig, geel voor gemiddeld en (drie tinten) rood voor
onzuinig.
Auto's met een
groen label (A-, B- of C-label) zijn zuiniger dan andere auto's van dezelfde
grootte. Het is dus altijd de moeite waard om op het energielabel te letten.
De gegevens over brandstofverbruik staan niet alleen op het energielabel. U
kunt bij de dealer ook een brandstofverbruiksboekje krijgen met daarin de
brandstofverbruiksgegevens van alle nieuwe auto's die op de Nederlandse markt
te koop zijn. Ook moet er in elke showroom een affiche hangen met het
brandstofverbruik en de CO2 uitstoot van alle nieuwe
auto's van dat merk. En, alle advertenties waarin een nieuwe auto wordt
afgebeeld, moeten het brandstofverbruik van het betreffende model vermelden.
Het energielabel stelt u beter in staat om bij uw keuze voor een nieuwe auto
rekening te houden met het brandstofverbruik. Een lager brandstofverbruik
betekent voor u minder kosten en voor het milieu minder uitstoot van het
broeikasgas CO2.
Energieverbruik opzoeken?
- Als u het merk en type van een auto weet kunt
u het verbruik en het label van de auto hier opzoeken.
- Het brandstofverbruiksboekje met een
overzicht van alle (moderne) auto's met label en brandstofverbruik kunt u hier aanvragen.
Tip 9 Ga bewust om met energievreters
Naast het type auto en uw
rijstijl wordt uw brandstofverbruik nog door een aantal andere factoren
bepaald:
Snelheid
De meeste auto's leggen een bepaalde afstand het zuinigst af bij circa 90
km/uur. Boven de 100 km/uur neemt het brandstofverbruik snel toe. Een constante
snelheid van 70 tot 90 km per uur, afhankelijk van het type auto, geeft een
gemiddeld verbruik van 5,4 liter brandstof per 100 km. Bij een constante
snelheid van 120 km is dat 7,7 liter (42% meer), en bij een snelheid van 140 km
is dat 9,4 liter (74% meer).
Het gebruik van apparatuur
Het gebruik van apparatuur verhoogt het brandstofverbruik. De grootste
brandstofverbruiker is de airconditioning. Als de airco op half vermogen
aanstaat, neemt het brandstofverbruik met 3 tot 10 procent toe.
Airconditioning kan, als deze vaak wordt gebruikt, leiden tot een meerverbruik
van 25% aan brandstof. Gebruik met beleid (alleen indien nodig) kost ongeveer
10% meer brandstof. De airconditioning moet uiteraard gebruikt worden als het
de veiligheid ten goede komt of wanneer het erg warm is, maar het is
bijvoorbeeld niet nodig om de temperatuur op 18 graden te stellen als het
buiten 25 graden is.
Tips voor het efficiënt gebruik van de airco:
- Rijd bij hoge temperaturen in de zomer eerst
een paar minuten met de ramen open, sluit daarna de ramen en schakel dan
pas de airco in; de gewenste binnentemperatuur wordt zo eerder bereikt.
- Schakel de airco enkele minuten na het
starten van de motor in; dit bespaart brandstof en voorkomt onnodige
slijtage van de installatie.
- Schakel de airco uit voordat de motor
uitgezet wordt: dit voorkomt geurvorming door condensvorming en
bacteriegroei.
- Gebruik de airco minstens één keer per maand;
ook dit voorkomt geurvorming door condensvorming en bacteriegroei.
- Voorkom verstopping: houd de luchtinlaten
vrij van blad en ander vuil.
De
achterruitverwarming zorgt voor 4% tot 7% meerverbruik van het brandstof. Ook
hier geldt uiteraard: wel gebruiken wanneer de veiligheid dat vraagt. Sommige
achterruitverwarmingen schakelen automatisch uit na 7 of 8 minuten. Is de ruit
eerder schoon, dan kunt u de achterruitverwarming eerder uitzetten.
Ook de blower en bijvoorbeeld zware muziekinstallaties verhogen het
brandstofverbruik. U kunt de apparatuur dus het best uitzetten als deze niet
(meer) nodig is.
Luchtweerstand
Autofabrikanten doen hun best om auto's zo gestroomlijnd mogelijk te maken.
Hierdoor is de luchtweerstand zo klein mogelijk. Een grote luchtweerstand zorgt
er namelijk voor dat het brandstofverbruik flink toeneemt. Alles wat u op of
aan de auto bevestigt zorgt ook voor een hoger brandstofverbruik.
Haal uw dakkoffer, imperiaal of fietsenrek dus van de auto zodra u deze niet
meer nodig heeft. Hieronder staan een aantal voorbeelden. Alle auto's rijden
120 km/uur. Naast elke auto is aangegeven wat het brandstofverbruik is. Dit
neemt snel toe als de stroomlijning afneemt.

9,3 liter per 100 km

10,8 liter per 100 km: + 16%

12,9 liter per 100 km: + 38%
De tweede auto geeft aan wat het meerverbruik is van bijvoorbeeld een ski-box
op het dak. Veel mensen laten zo'n skibox de hele vakantie erop zitten omdat
deze mooi gestroomlijnd is. Het brandtsofverbruik neemt echter flink toe en
dakkoffers veroorzaken ook meer windgeruis.
De derde auto is beladen met een klassieke imperiaal. Als het nodig is, is het
nodig, maar dit kost wel bijna 40% meer brandstof.
Tot slot zorgt het rijden met de ramen open ook meer brandstof.
Gewicht in de auto
Alles wat u meeneemt in de auto zorgt voor een hoger brandstofverbruik. De
gemiddelde automobilist neemt veel overbodige kilo's mee. Sommige kofferruimtes
van auto's lijken op rijdende gereedschapskisten. Zorg dus dat u spullen die u
niet nodig heeft thuis laat. In de zomer kunt u de sneeuwkettingen bijvoorbeeld
thuis laten. Elke 10 kg extra gewicht betekent 0,1 liter meerverbruik per 100
kilometer.
Tot slot geldt dat een goed onderhouden auto een lager brandstofverbruik heeft
en minder emissies uitstoot. Bovendien rijdt zo'n auto veiliger en comfortabeler.
Bron:
Het Nieuwe Rijden
to post comments.