Omdat de ruimte voor windmolens op Nederlands grondgebied beperkt is, kunnen windmolenparken in zee uitkomst bieden bij het behalen van de doelstellingen die Nederland zichzelf heeft gesteld. Om voldoende duurzame energie op te kunnen wekken zou in 2020 totaal voor 6.000 Megawatt op zee moeten worden opgewekt. Bij een gemiddeld vermogen van 3 megawatt (op dit moment de gemiddelde turbinecapaciteit), zou dit neerkomen op 2.000 turbines.
Er is nog weinig ervaring opgedaan met deze techniek, waardoor offshore windenergie een jonge markt is met veel onderzekerheden. Het behalen van de doelstellingen is daarom niet makkelijk, vooral ook omdat de inzet van een groot aantal partijen noodzakelijk is: projectontwikkelaars, energiebedrijven, offshore-bouwers,
turbinefabrikanten, leveranciers van elektrische infrastructuur en
financiële instellingen. Om de doelstelling voor 2020 te halen zal de
planning van al deze partijen bijvoorbeeld naadloos op elkaar aan
moeten sluiten; een complexe businesscase.
Opdracht taskforce Windenergie op zee
Minister van der Hoeven (EZ) heeft medio vorig jaar de "taskforce Windenergie op zee" ingesteld. De taskforce heeft de taak gekregen inzicht te krijgen in de voor het behalen van de doelstelling
noodzakelijke aanpak, mogelijke belemmeringen en oplossingen. Aad Veenman, voormalig topman van de NS,
kreeg als voorzitter van deze taskforce de ruime opdracht mee de
minster te adviseren over de businesscase en tevens advies aan haar uit
te brengen over de manier waarop bedrijfsleven en overheid optimaal
kunnen samenwerken. Begin dit jaar vond een tussenrapportage plaats. Het wordt verwacht dat Veenman in april de minister een definitief advies kan geven.
Internationale context van groot belang
Veenman geeft alvast aan dat het verkrijgen van vergunningen en het
ingekleurd krijgen van het financiële plaatje voor de benodigde
investeringen belangrijke thema's zijn: "Het is daarbij van groot
belang de internationale context heel helder in het oog te houden, want
de vraag is: is het voor internationale investeerders - zij zullen een
belangrijke rol moeten spelen - interessant om in Nederland in wind op
zee te investeren. Dat betekent dus ook dat je de vraag moet stellen
hoe het Nederlandse stelsel van subsidieverstrekking of
bijdrageverstrekking werkt ten opzichte van andere landen. Kunnen we
ons daarin zodanig onderscheiden dat we aantrekkelijk zijn voor
internationale partijen?"
Vissen in dezelfde vijver
De belangstelling van de verschillende marktpartijen voor windenergie is aanwezig, aldus Veenman. "Daarvoor hoef je bij wijze van spreken de krant maar
open te slaan. Maar we zijn niet het enige land doelstellingen heeft op
het gebied van windenergie op zee. In Duitsland gebeurt momenteel heel
veel en ook in Engeland zit het tempo er flink in. Veel landen willen
in 2020 of daaromtrent belangrijke stappen hebben gezet. Dat betekent
dus dat we allemaal in dezelfde vijver aan het vissen zijn als het gaat
om de middelen en mogelijkheden die er zijn. Ik hoop daarom dat we er
als taskforce aan kunnen bijdragen dat Nederland goed beslagen ten ijs
komt en we mijlen kunnen maken bij de realisatie van windenergie op
zee."
Bron:
Senternovem